Houding van de Nederlandse militairen in de legers van Napoleon.
Voor wie kennis neemt van de literatuur over de Nederlandse
dienstplichtigen die in de Napoleontische krijgsmacht
hebben gediend, is het bijna onbegrijpelijk dat zij zich daarbij zo
dienstbaar hebben opgesteld.
Hoeveel Nederlanders in de
krijgsmacht van Napoleon hebben gediend is niet precies bekend. Op
een bevolking van 1,7 miljoen in 1811 wordt dat
De namen van de gesneuvelde
dienstplichtigen zijn nauwelijks bekend. Hun sneuvelen werd
nauwelijks in het stamboek aangetekend.
Bij het begin van de slag bij
Polotsk in Wit-Rusland op 16/17 augustus 1812 telde het (Hollandse)
124e regiment infanterie van linie 27 officieren en 600
onderofficieren en soldaten. Na de slag resteerden nog 7 officieren
en 90 overigen. Hoeveel verliezen het (Hollandse) 123e regiment
infanterie van linie in die slag leed is niet bekend. Het moeten
aanzienlijke zijn geweest. Het 123e slaagde er zelfs in de Franse
generaal Gouvion St.Cyr uit de handen van de Russen te ontzetten.
In het 123e en 124e
regiment infanterie van linie dienden veel noorderlingen.
In augustus 1811 kwamen na een mars van 500 uren vanuit de
garnizoensplaats Abbéville in Noord-Frankrijk van het 124e
regiment nog 200 man van de lichting 1811 zonder achterblijvers te
Wilna aan. 'Allen voortreffelijke knappe jongelieden uit Friesland'
vermeldt het dagboek van een van hun officieren. Niemand van hen
heeft het heitelân teruggezien. Veertien dagen later was al 20%
overleden en de rest bezweek door honger, bittere kou en andere
ontberingen in de onmetelijke verlaten en verwoeste streken van
Rusland. Zonder een vijand te hebben gezien.
De Franse generaal Pierre Devaux heeft de Friezen zelfs
tweemaal bijna de hemel in geprezen over hun houding bij de opkomst van de
lichtingen 1808, 1809 en 1810. Volgens deze generaal zou Napoleon
aan hen uitstekende soldaten hebben (zie onder
Brieven bij
Pierre Devaux).
De terugtocht van het Franse leger betekend het einde van het
(Hollandse) 3e regiment grenadiers te voet. Het probeerde bij
Krasnoi de weg voor de
terugtocht te heropenen. In feite te trachten Napoleon de Russen van
het lijf te houden. Bij het begin van het gevecht telde het regiment
ongeveer 500 man. Aan het einde van de dag waren er niet meer dan 36
man over. "De Glorie van Holland" noemde Napoleon het regiment.
Op 17 november 1812 was het 33e regiment lichte infanterie te
Krasnoi hetzelfde lot beschoren. Het werd door maarschalk Oudinot,
die de Nederlanders niet mocht, op een onmogelijke plaats tegen de
Russen ingezet. Van de 830 man bleven er slechts 78 over, waarvan 25
ongedeerd. Ook in dit regiment dienden veel noorderlingen.

Jager van het 33e regiment lichte
infanterie
Voor ons niet voor te stellen
zijn de ontberingen die de 200 Nederlandse pontonier leden bij de
bouw van de bruggen over de Berezina. Van hen keerden slechts 6
onder wie hun commandant Benthien terug in het vaderland.

Pontonnier
De restanten van het
(Hollandse) 123e en 124e regiment infanterie en het (Hollandse) 14e
regiment kurassiers staken op 26 november 1812 de Berezina over. Van
het 124e waren dat nog 16 officieren en 80 onderofficieren en
soldaten De (Hollandse) 125e en 126e regimenten infanterie maakten
deel uit van 12e divisie die van 27 tot 29 november 1812 de bruggen
over de Berezina verdedigde. Op 28 november 1812 waren nog 346 man
van het 126e paraat. Op die dag verloor het regiment 206 man aan
gesneuvelden en gewonden. Op dezelfde dag gaf de 12e divisie zich
over aan de Russen. Het 125e en 126e regiment infanterie hadden zich
praktisch geheel opgeofferd voor de redding van het overschot van
het Grote Leger.

Verdediging van de bruggen over de Berezina door het restant van
Hollandse regimenten.