Home

Nieuw

Zoeken

Dienstplicht

Onderdelen

Bataafse Vloot

Waterloo

Brieven

Bronnen

Contact




Houding van de Nederlandse militairen in de legers van Napoleon
.


Voor wie kennis neemt van de literatuur over de Nederlandse dienstplichtigen die in de Napoleontische krijgsmacht hebben gediend, is het bijna onbegrijpelijk dat zij zich daarbij zo dienstbaar hebben opgesteld.

Hoeveel Nederlanders in de krijgsmacht van Napoleon hebben gediend is niet precies bekend. Op een bevolking van 1,7 miljoen in 1811 wordt dat  aantal geschat op 28.000. Daarvan is zeker 70% niet teruggekeerd. De literatuur roemt zonder meer het gedrag van die Nederlanders. Zij hebben zich in de Franse legeronderdelen goede soldaten getoond. Dat was reeds bekend van de Hollandse Brigade van 3.000 man die in de periode 1808-1813 in de oorlog in Spanje werd ingezet. Ook tijdens de Veldtocht van 1812 in Rusland heeft de Nederlandse soldaat zijn "plicht" gedaan.

Hun verliezen waren enorm. Van de geschatte 15.000 Nederlandse dienstplichtigen in de Franse regimenten in deze campagne, zijn waarschijnlijk niet meer dan 500 teruggekeerd. Daaronder niet begrepen de verliezen aan vrijwilligers die in andere onderdelen van het Franse leger dienden. Het totale aantal Nederlanders heeft waarschijnlijk de 15.000 verre overtroffen.

De namen van de gesneuvelde dienstplichtigen zijn nauwelijks bekend. Hun sneuvelen werd nauwelijks in het stamboek aangetekend. 

Bij het begin van de slag bij Polotsk in Wit-Rusland op 16/17 augustus 1812 telde het (Hollandse) 124e regiment infanterie van linie 27 officieren en 600 onderofficieren en soldaten. Na de slag resteerden nog 7 officieren en 90 overigen. Hoeveel verliezen het (Hollandse) 123e regiment infanterie van linie in die slag leed is niet bekend. Het moeten aanzienlijke zijn geweest. Het 123e slaagde er zelfs in de Franse generaal Gouvion St.Cyr uit de handen van de Russen te ontzetten.

In het 123e en 124e  regiment infanterie van linie dienden veel noorderlingen. 

In augustus 1811 kwamen na een mars van 500 uren vanuit de garnizoensplaats Abbéville in Noord-Frankrijk van het 124e regiment nog 200 man van de lichting 1811 zonder achterblijvers te Wilna aan. 'Allen voortreffelijke knappe jongelieden uit Friesland' vermeldt het dagboek van een van hun officieren. Niemand van hen heeft het heitelân teruggezien. Veertien dagen later was al 20% overleden en de rest bezweek door honger, bittere kou en andere ontberingen in de onmetelijke verlaten en verwoeste streken van Rusland. Zonder een vijand te hebben gezien.

De Franse generaal Pierre Devaux heeft de Friezen zelfs tweemaal bijna de hemel in geprezen over hun houding bij de opkomst van de lichtingen 1808, 1809 en 1810. Volgens deze generaal zou Napoleon aan hen uitstekende soldaten hebben (zie onder Brieven bij Pierre Devaux).

De terugtocht van het Franse leger betekend het einde van het (Hollandse) 3e regiment grenadiers te voet. Het probeerde bij Krasnoi de weg voor de terugtocht te heropenen. In feite te trachten Napoleon de Russen van het lijf te houden. Bij het begin van het gevecht telde het regiment ongeveer 500 man. Aan het einde van de dag waren er niet meer dan 36 man over. "De Glorie van Holland" noemde Napoleon het regiment. 

Op 17 november 1812 was het 33e regiment lichte infanterie te Krasnoi hetzelfde lot beschoren. Het werd door maarschalk Oudinot, die de Nederlanders niet mocht, op een onmogelijke plaats tegen de Russen ingezet. Van de 830 man bleven er slechts 78 over, waarvan 25 ongedeerd. Ook in dit regiment dienden veel noorderlingen.  

Jager van het 33e regiment lichte infanterie

Voor ons niet voor te stellen zijn de ontberingen die de 200 Nederlandse pontonier leden bij de bouw van de bruggen over de Berezina. Van hen keerden slechts 6 onder wie hun commandant Benthien terug in het vaderland. 

Pontonnier

De restanten van het (Hollandse) 123e en 124e regiment infanterie en het (Hollandse) 14e regiment kurassiers staken op 26 november 1812 de Berezina over. Van het 124e waren dat nog 16 officieren en 80 onderofficieren en soldaten De (Hollandse) 125e en 126e regimenten infanterie maakten deel uit van 12e divisie die van 27 tot 29 november 1812 de bruggen over de Berezina verdedigde. Op 28 november 1812 waren nog 346 man van het 126e paraat. Op die dag verloor het regiment 206 man aan gesneuvelden en gewonden. Op dezelfde dag gaf de 12e divisie zich over aan de Russen. Het 125e en 126e regiment infanterie hadden zich praktisch geheel opgeofferd voor de redding van het overschot van het Grote Leger. 

Verdediging van de bruggen over de Berezina door het restant van Hollandse regimenten.

Tresoar, Leeuwarden