Plaatsvervanging en nummerwisseling.
Er waren een aantal vrijstellingen waarop hier niet nader zal worden ingegaan. Behalve de vermelding
dat de dienstplichtige die vóór het decreet van 3 februari 1811 in het huwelijk was getreden was
vrijgesteld. De wet op de dienstplicht was vrij ingewikkeld. Willekeur kwam herhaaldelijk voor.
De dienstplicht was niet persoonlijk. Er waren twee mogelijkheden zich te laten vervangen:
- paatsvervanging door een niet-dienstplichtige (de remplaçant) niet ouder dan 35 jaar, van goed gedrag
en met een goede gezondheid.
- plaatsvervanging door middel van wisseling van het lotnummer; een lager lotnummer werd geruild met
een dienstplichtige die een hoger lotnummer had getrokken.
Tussen de dienstplichtige en remplaçant moest een contract worden opgemaakt ten overstaan van de Franse
(onder-)prefect. De kosten daarvan bedroegen 100 francs. Als deze akten al bewaard zijn gebleven kunnen
zij aanwezig zijn in het archief van de (onder-)prefect. De akten voor nummerwisseling werden verleden
ten overstaan van de keizerlijke notaris en zijn te vinden in de notariële archieven. De aanduiding daarvan
in de notariële repertoria is niet altijd uniform.
Bij zijn onderzoek vond de heer Paasman ongeveer 1.000 dienstplichtigen die van de mogelijkheid van plaatsvervanging
en nummerwisseling gebruik hebben gemaakt. Daarvoor werden zelfs grote bedragen betaald. Het hoogste bedrag
dat in Friesland bekend is, is 4.200 gulden. Het resultaat was dat de beter gesitueerden zich aan de
actieve dienst konden onttrekken. Onder de remplaçanten zullen zich ongetwijfeld avonturiers hebben bevonden.
Zelfs een notaris.
Opvallend is echter dat een relatief groot aantal bestond uit zonen van een waarschijnlijk armlastige weduwe.

Akte van plaatsvervanging