Waar vind ik een militair in de periode 1795-1815.
Gegevens van militairen vooral in de lagere rangen
die gediend hebben in regimenten van het leger van
de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zijn
moeilijk te vinden. Dat wordt beter na 1795 tijdens
de Bataafsche Republiek
(1795-1806) en het Koninkrijk Holland. (1806-1810)
Uit deze perioden wordt in het Nationaal Archief te Den Haag een
aantal stamboeken en andere militaire bescheiden
bewaard.
Onder het hoofd "Friezen op de Bataafse vloot"
vindt u een lijst van inwoners van Friesland die in 1796
op deze vloot dienst hebben genomen.
Op 9 juli 1810 werd ons land ingelijfd bij het Franse
keizerrijk dat reeds sedert 5 september 1798 de dienstplicht kende. Deze werd
ook in ons land ingevoerd. Helaas berusten de stamboeken van de Franse regimenten
en marine-onderdelen waarin Nederlanders dienden, niet in het Nationaal Archief
te Den Haag, doch in de Franse militaire archieven van leger en marine. Is niet
bekend in welk onderdeel van de krijgsmacht de Nederlander diende, dan heeft
onderzoek in deze Franse militaire archieven praktisch geen zin. Maar waar dan
te zoeken?
Bij onderzoek naar
eigen familie in Franse krijgsdienst in Overijssel
ontdekte de heer Paasman dat in het Rijksarchief in Overijssel
weinig archief uit de periode 1810-1813 aanwezig was
voor een goed onderzoek naar militairen in deze
periode. Een ervaring die zich herhaalde bij
onderzoek in het voormalige Ryksargyf voor Fryslân
thans Tresoar.
Toch gelukte het hem na intensief onderzoek in het archief
van de prefect en zijn onder-prefecten in het departement la Frise (Friesland)
en in een aantal gemeente-archieven ongeveer 5.000 militairen in de provincie
Friesland te vinden. Daarvan hebben in de periode 1810-1813 minstens 3.000
inwoners van Friesland op de een of andere manier met het Franse leger en de
marine te maken gehad.
Gelet op de
uniformiteit van de administratie voor het gehele
departement Holland in de periode 1810-1813 kan met
zekerheid worden aangenomen dat ook voor andere
provincies in dezelfde archieven gezocht moet worden
als in Overijssel en Friesland.
Het archief van de
Franse prefect en zijn onder-prefecten in de periode
1810-1813 maken deel uit van het archief van het
gewestelijk bestuur van Friesland in de periode
1795-1813. In andere rijksarchieven zijn
soortgelijke archieven aanwezig zij het mogelijk
onder een andere benaming.
Het gehele archief
over de periode 1795-1813 werd doorgespit waarbij
ook dossiers over militaire zaken in de periode
1795-1810 werden meegenomen. De namen en
bijzonderheden van de daarbij gevonden militairen
werden eveneens genoteerd. Daaronder bevinden zich
veel gepensioneerde militairen die reeds in het
leger van de Republiek der Zeven Verenigde
Nederlanden dienden. Vaak met geboortejaar en (buitenlandse)
geboorteplaats.
Bij het onderzoek van de heer Paasman
bleek al spoedig dat zich in de gemeente-archieven
voor zijn onderzoek zeer belangrijke stukken
bevonden die niet in het rijksarchief aanwezig zijn.
Een ervaring die hij overigens al in Overijssel had
opgedaan.
Vanzelfsprekend werd
bij zijn onderzoek ook gezocht naar militairen die
uit Franse krijgsdienst konden zijn teruggekeerd.
Daarbij werden de jaren 1813 tot en met 1815 van het
archief van het provinciaal bestuur van Friesland en
een aantal gemeente-archieven doorgenomen.
Voor de archieven en archiefstukken wordt verwezen naar het hoofdstuk
Bronnen.
Voor de in Friesland gevonden militairen in de
periode 1795-1815 wordt verwezen naar de website van
Tresoar:
www.tresoar.nl.